Een bittere nasmaak

Vandaag geef ik mijn eerste klassikale les in groep 4. Omdat het thema van de week eten en drinken is, heb ik gekozen voor een smaakles over de smaken zout, zuur, zoet en bitter.

Ik laat de klas een citroen zien en vraag of de kinderen weten hoe die smaakt. Ook vraag ik hoe je gezicht gaat staan als je een hapje zou nemen van de citroen. Terwijl ik het vraag trek ik een ‘zuur’ gezicht. Dan vraag ik de kinderen om hun tong uit te steken en die van hun buurman te bekijken. ‘Ik zie allemaal puntjes,’ zegt Maya. Ik leg uit dat die puntjes ‘smaakpapillen’ heten en dat je ermee kan proeven. ‘Als je je tong verbrandt of erop bijt, proef je minder goed. En je proeft ook minder goed als je bijvoorbeeld verkouden bent.’

Dan leg ik uit dat er ook andere zintuigen belangrijk zijn om te proeven, zoals je ogen (het moet er wel lekker uitzien) en je neus (het moet wel lekker ruiken). Ik vraag welke andere smaken de kinderen nog meer kennen. Steeds laat ik een plaatje zien van de etenswaren in de betreffende smaak. Als we de vier smaken hebben benoemd, zegt Chebi: ‘Ik weet nog een smaak, juf! Pittig!’ Hmmm, ik heb eigenlijk geen idee of dit een smaak is. Daarom zeg ik maar dat ik het een goede opmerking vind en het nog zal uitzoeken.

Ik leid de helft van de kids naar het technieklokaal. De kinderen lijken het spannend te vinden en zijn makkelijk stil te krijgen. Ik leg uit dat ik bekertjes heb klaargezet met zout, zuur (citroensap), zoet (suiker) en bitter (thee!) water. Allemaal mogen ze om beurten een eigen wattenstaafje in een bekertje dopen en proeven welke smaak het heeft. Ze mogen niet voor hun beurt praten (dat is niet leuk voor de ander) en ze mogen hun wattenstaafjes niet met elkaar ruilen (dat is vies).

Eén voor één dopen de kinderen hun staafjes in de bekertjes. ‘Zoet!’ proeft Dirk. ’Nee, zout,’ zegt Chebi.’ Als één van de kinderen vraagt wat voor smaak zeep heeft, besef ik dat ik me toch beter had moeten voorbereiden op dit soort vragen. En als ik de kinderen na afloop vraag om tekeningen te maken van etenswaren die zout, zuur, zoet of bitter zijn, tekenen meerdere kinderen ‘bloemkool’ als bitter product. Andy zegt dat ik dat heb gezegd, maar ik kan het me niet herinneren. Daar is iets toch niet helemaal goed gegaan!

Gelukkig is mijn stagejuf best positief over de les. Maar echt enthousiast lijkt ze nou ook weer niet. Als ik denk dat we klaar zijn met evalueren, zegt ze dat ze wil dat ik er iedere stagedag om 8 uur ben. Op mijn vraag waarom precies (de andere stagejuf vond kwart over 8 vroeg genoeg en ik wil niet doelloos rondhangen) reageert ze kattig dat dat ‘erbij hoort’. Ik vind het prima, maar voel me ook nogal betutteld. Met een bittere nasmaak fiets ik daarom die dag naar huis….

Meer smaaklessen? Zie www.smaaklessen.nl